Veelgestelde vragen


Geothermie algemeen

Geothermie is de techniek die gebruik maakt van de warmte in de aarde. In de aardbodem zitten natuurlijke waterhoudende grondlagen. Hoe dieper, hoe warmer het water in de aarde is. De temperatuur stijgt met 30 tot 35 °C per kilometer diepte. Om gebruik te kunnen maken van deze warmte vinden twee boringen plaats. Eén voor een leiding die het water naar de oppervlakte omhoog brengt en een tweede leiding om het afgekoelde water terug de diepte in te pompen. Eenmaal aan de oppervlakte wordt het warme water met een warmtewisselaar overgedragen aan een distributienet dat het water naar de afnemers transporteert.

Nederland schakelt over op een energievoorziening die toekomstbestendig is. Dat wil zeggen dat we de gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk beperken (minder CO2-uitstoten) en zoveel mogelijk energie lokaal opwekken. We gaan ‘van gas los’ en schakelen zoveel mogelijk over op lokale, duurzame energiebronnen. Geothermie is zo’n lokale en duurzame bron, die ingezet kan worden voor de verwarming van bijvoorbeeld woningen, gebouwen en de tuinbouw. De techniek gebruikt relatief weinig elektriciteit (alleen voor het rondpompen van het water) en er is nauwelijks uitstoot van CO2, stikstof, zwaveldioxide, fijnstof. 

Deze energiebron is in principe onuitputtelijk. Het afgekoelde water wordt teruggepompt en door de aardkern weer opgewarmd. Ongeveer 35 jaar na de start van de warmteonttrekking is het water in de productiebron ca. 1°C koeler dan bij aanvang. Bronnen van meer dan 60, 70 of zelfs 80 jaar oud zijn geen uitzondering, mits goed beheerd. Daarna kan de levensduur worden verlengd door een extra bron in een andere richting erbij te boren.

Aardwarmte is schone energie, er worden vrijwel geen fossiele brandstoffen verbrand, noch komt er CO2 vrij. Er is alleen elektriciteit nodig om het water op te pompen, rond te pompen en te injecteren: circa 1 MegaWatt elektrisch zorgt voor productie van warmte tussen de 15 en 25 MegaWatt.

Als het reservoir lokaal te ver is afgekoeld voor gebruik zal deze opgewarmd worden vanuit de kern van de aarde. Er moet dan een paar honderd jaar gewacht worden om op dezelfde plek weer te kunnen produceren. Dit staat niet in verhouding tot de miljoenen jaren waarin olie/gas wordt opgebouwd.

In principe wel, maar daarvoor is wel een kundige operator organisatie nodig. Voor het boren naar aardwarmte zijn vergunningen nodig, zoals een aardwarmtestartvergunning (opsporingsvergunning). Voor die vergunning is uitgebreid geologisch onderzoek nodig (o.a. optimale locatie, reservoireigenschappen, kans op bodembeweging), een financiële haalbaarheidsstudie en er wordt gekeken of de organisatie de kennis en kunde heeft voor het werken in de diepe ondergrond. Daarnaast moet, voordat een boring en de testen kunnen plaatsvinden, een boorprogramma en rapportage over de beïnvloeding op de omgeving (Barmm) ingediend worden bij Staatstoezicht Op De Mijnen (SODM). Voor het daadwerkelijk exploiteren van de bron is een winningsvergunning nodig. Daarnaast dient voor het bouwen op de boorlocatie een omgevingsvergunning bij de gemeente te worden verkregen.

Geothermie is net als olie- en gaswinning een mijnbouwactiviteit en er zijn onzekerheden verbonden aan het werken in de diepe ondergrond. De kennis van de Nederlandse ondergrond is groot, het is echter nooit met 100% zekerheid te voorspellen wat in de diepe ondergrond exact zal worden aangetroffen.

Bij geothermie blijft het evenwicht in de aarde vrijwel intact omdat het water dat opgepompt wordt weer teruggepompt wordt nadat de warmte eruit gehaald is. De kans op kleine aardbevingen in Westland is zeer klein omdat er geen seismische activiteit in het gebied is. Het effect in de ondergrond betreft met name geleidelijke afkoeling van de bron. Het is vooral belangrijk om de bodem tijdens de productiefase goed te monitoren. Dat doet Trias Westland dan ook zeker.

In bepaalde delen van het land wordt toepassing van geothermie extra kritisch beoordeeld door de toezichthouder (SodM) en gemonitord tijdens de exploitatie. Dit heeft te maken met bevingen die zijn veroorzaakt door nabijgelegen gaswinning (geïnduceerde seismiciteit) of het voorkomen van natuurlijke seismiciteit in de ondergrond.

Ruim vijftig jaar gaswinning in Nederland heeft veel kennis opgeleverd over de ondergrond en de effecten op de bovengrond. Nieuwe mijnbouwprojecten zoals geothermie worden aan moderne, strenge eisen onderworpen. Geothermie operators leren van de gas- en olie industrie en eerdere geothermieprojecten. Zij professionaliseren in rap tempo. 

Trias Westland wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team met zeer ervaren en deskundige mensen uit verschillende bedrijven. 

De Mijnbouwwet uit 2002 stelt regels voor olie- en gasboringen en is ook van toepassing op geothermie. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), houdt toezicht op de uitvoering van geothermieprojecten. 


Geothermie in Westland

Dat heeft ten eerste te maken met de samenstelling en dikte van de gesteentepakketten in ons land. Op plaatsen met oudere gesteentepakketten op geringe diepte komen relatief hoge temperaturen voor. Daarnaast moet het gesteente voldoende poreus en doorlatend zijn om water te kunnen oppompen en terugleiden. In Zuid-Holland zijn de Onder-Krijtzandstenen erg geschikt voor geothermie en de Trias zandstenen op een aantal locaties waarschijnlijk ook.

Verder speelt er een economische factor in Westland: telers kunnen met geothermie profiteren van stabiele energieprijzen en inspelen op de vraag naar duurzaam geteelde producten. Daarmee is geothermie goed voor de concurrentiepositie van de Greenport. De glastuinbouw loopt van oudsher voorop met duurzame oplossingen voor energievraagstukken.

Alle geothermieprojecten in Westland zijn initiatieven van samenwerkende tuinbouwbedrijven. Trias Westland is het grootste project, met 49 deelnemende bedrijven en aandeelhouders HVC, Capturam en Royal FloraHolland.

De kans op kleine bevingen in Zuid-Holland als gevolg van geothermie is zeer klein. In Zuid-Holland is de ondergrond zeer stabiel gebleken. Het evenwicht in de aarde blijft bij geothermie intact omdat het water dat opgepompt wordt weer teruggepompt wordt. 

Trias Westland verwacht ook geen bevingen als gevolg van afkoeling van de aardlaag. Voor alle zekerheid gaat dit project de aardlaag wel monitoren met speciale meetapparatuur, zodat er snel gereageerd kan worden indien nodig.


Trias Westland

De meeste boringen naar aardwarmte in dit gebied gebeuren naar ca. 2,5 km diepte. Trias Westland gaat boren naar 4 km diepte in de zgn. Triaslaag (25 – 45 MegaWatt thermisch vermogen). Op deze diepte is waarschijnlijk water van ca. 140°C te vinden. Bijzonder is ook het grote aantal deelnemende bedrijven - 49 – en de betrokkenheid van HVC, Capturam en Royal FloraHolland als aandeelhouder. Deelnemende bedrijven worden na 15 jaar eigenaar van het project.

Dit project is geslaagd als er genoeg winbare warmte op 4 km diepte is. Het is ook geslaagd als er warmte gewonnen kan worden op 2,5 km diepte en er waardevolle informatie is opgedaan uit de boringen op 4 km.

De boringen vinden plaats vanaf één locatie: Lange Broekweg 70 in Naaldwijk. Er wordt schuin geboord, zodat er ca. 1,5 km zit tussen de productie- en injectieput. Eerst worden stalen geleiderbuizen (conductors) geplaatst in de bovengrond tot ongeveer 125 meter diepte. Deze buizen worden omringd met een laag cement en beschermen zo de ondiepe bodem en watervoerende lagen. Daarna volgen vanuit deze geleiderbuizen de diepe boringen. Deze vinden voor het grootste deel volcontinu plaats, 24 uur per dag en zeven dagen in de week, dit is nodig om de putten op een goede manier aan te brengen. Er worden twee putten geboord, één om heet water op te pompen en één om afgekoeld water terug te pompen. De putten worden afzonderlijk geboord en elke boring vindt in stappen plaats. Elke boring duurt naar verwachting 80-100 dagen. Op beide worden tests uitgevoerd om vast te stellen of het water voldoende goed kan stromen. Hierbij komt stoom vrij en meekomend gas wordt afgefakkeld.

Het is niet zeker of het water goed genoeg door het gesteente van de Triaslaag op 4 km diepte kan stromen. Goede stroming van heet water is nodig om voldoende warmte naar boven te kunnen halen. Plan B is daarom warmtewinning op ca 2,5 kilometer diepte. Het water is dan minder heet, maar uit andere projecten is gebleken dat deze Onderkrijtlaag zeer geschikt is voor de winning van warmte. 

Aan het boren naar, en de winning van de warmte zijn zware veiligheidseisen en procedures verbonden. Bij Trias Westland heeft veiligheid de hoogste prioriteit. Het projectteam heeft alle mogelijke risico’s van het project in kaart gebracht en neemt uitgebreide maatregelen ter bescherming van mensen, water- en luchtkwaliteit, bodemveiligheid, verkeersveiligheid en een succesvolle exploitatie van het project. 

Trias Westland heeft een QHSE-systeem opgesteld. Dit wil zeggen dat alle procedures, verantwoordelijkheden en competenties zijn vastgelegd. Alle aannemers zijn beoordeeld op de QHSE-eisen en vallen onder dit systeem. Er is een QHSE-coördinator, er zijn interne audits op QHSE en ook het boormanagement houdt toezicht op QHSE.

Het projectteam dat namens de opdrachtgevers verantwoordelijk is voor het boormanagement, bestaat uit geologen, technisch specialisten, projectmanagers en operations managers uit verschillende bedrijven, die bij meerdere aardwarmteprojecten in Westland betrokken zijn en ervaring hebben in de olie- en gasindustrie. WEP en T&A Survey doen namens Trias Westland het boormanagement; deze bedrijven hebben dit voor bijna alle geothermieputten in Nederland gedaan. De uitvoerders op de boortoren hebben meer dan 25 jaar ervaring met boren van diepe putten in zowel olie/gas als geothermie (ook geothermie met temperaturen boven de 130 graden). Trias Westland werkt verder samen met partijen uit de olie- en gassector,en kennisinstellingen zoals TU Delft en TNO en heeft regelmatig overleg met vertegenwoordigers van SodM over de plannen en de voortgang.

De boormaatschappij KCA Deutag is een van de grootste land-boorbedrijven in West-Europa en voldoet op het gebied van QHSE volledig aan de zwaarste eisen van de industrie. De gecontracteerde partijen hebben ervaring met deze QHSE-eisen. De veiligheidscultuur bij de aannemers is goed en wordt bovendien gecontroleerd door het boormanagement van Trias Westland. 

Trias Westland heeft voor dit project de ondergrond uitgebreid geanalyseerd, een putontwerp laten maken door twee zeer deskundige bedrijven en het ontwerp door verschillende partijen laten controleren. Het is nooit met 100% zekerheid te voorspellen wat er in de diepe ondergrond precies zal worden aangetroffen. Alle maatregelen en procedures bij Trias Westland zijn erop gericht om, als er onverwachte dingen gebeuren, juist te handelen en hiervoor de (financiële) middelen beschikbaar te hebben. 

Er zijn conductors (stalen geleiderbuizen van 125 meter lengte) aangebracht, omringd met een laag cement, om de watervoerende lagen te beschermen. Vanuit deze geleiderbuizen worden de putten geboord. Om de kracht van de ondergrond op te vangen, worden op verschillende dieptes stalen buizen geplaatst die worden omringd met cement. Tijdens het aanbrengen hiervan wordt continu getest en gemonitord om de integriteit te waarborgen.

Er is een bassin als tijdelijke buffer voor het water dat uit de eerste puttest komt. Om het bassin stabiel te houden, is een stalen damwand geslagen tussen de sloot en één van de dijken van het bassin. Om lekkages te voorkomen, is een dubbel bassinzeil getrokken. Het bassin bestaat uit twee vakken. Eén vak is voor de ‘eerste spoeling’ waarin zich nog hulpstoffen en gruis vanuit het boorproces bevinden. Deze stoffen worden uitgefilterd. Ook zware metalen worden uit het testwater gehaald en apart afgevoerd. Daarna wordt het water conform vergunning geloosd op de Nieuwe Waterweg. Trias heeft een testplan gemaakt dat vooraf wordt geverifieerd door SodM op adequate aanpak en monitoring tijdens het opslaan, schoonmaken en afvoeren van het testwater.

Er is een vloeistofdichte boorvloer met afvoer naar een bufferbak, zodat het werkwater gereinigd kan worden alvorens af te voeren op het riool, of af te voeren per tankwagen naar een erkende verwerker.

Het is vrij zeker dat er in het opgepompte water ook een kleine hoeveelheid gas zit opgelost. Dit gas wordt bovengronds uit het water gehaald. In het begin zal dit worden verbrand, waardoor er een fakkel op de locatie zichtbaar zal zijn. Later zal dit gas in een ketel worden verbrand zodat de warmte nuttig kan worden gebruikt voor het verwarmen van gebouwen in de omgeving. 

Het boorteam van Trias heeft ervaring met boren in lagen waar gas voorkomt. Er zijn continu gasmeters in bedrijf bij het uitcirculeren van de boorspoeling en in geval van grote gastoevoer kan de put worden ingesloten middels een serie noodafsluiters die tijdens het boren op de put aanwezig is (waaronder een zogenaamde ‘blowout preventer’). Dit is in lijn met de olie/gas-regelgeving en geldende standaarden


Er zijn sensoren rond de boortoren die continu eventuele schadelijke stoffen in de lucht meten. We verwachten dat het meekomende gas voor 80-90% zal bestaan uit brandbaar methaan. Daarnaast is er waarschijnlijk wat stikstof en kooldioxide in het gas aanwezig. De kooldioxide wordt zoveel mogelijk in de waterstroom opgelost gehouden, het methaangas wordt verbrand.

Op de boorlocatie is een opstelplaats gemaakt voor bouwverkeer. Er is dus alleen afslaand verkeer naar en van de boorlocatie. Vrachtverkeer met bestemming boorlocatie belt altijd eerst met de locatiemanager of er plaats is. Is dat niet het geval, dan wacht de chauffeur op één van de gereserveerde parkeerplaatsen op het terrein van Royal FloraHolland tot hij op de boorlocatie kan lossen. Op deze manier kan het reguliere verkeer op de Lange Broekweg vlot en veilig doorstromen. 

De boortoren is de stilste die geselecteerd kon worden. De boringen zullen te horen zijn in de omgeving, met name het geluid van de (metalen) boorstangen die tegen elkaar aan komen. Trias Westland heeft onderzocht hoe ver en hoe sterk het geluid van de boring kan dragen. Daarnaast wordt het geluidsniveau rondom de boorlocatie continu gemeten en wordt bezien of het geluidniveau voldoet aan wettelijke normen. .Er zijn geluidbeperkende maatregelen getroffen. Er is een containerwand geplaatst tussen de boorlocatie en de woningen in de directe omgeving om het meeste geluid afkomstig van activiteiten op en rondom het boorterrein te dempen. De praktijk kan echter weerbarstig zijn i.v.m. resonantie van glas en water (harde oppervlakken). Enige overlast is niet weg te nemen. Er is 24/7 een telefoonnummer beschikbaar voor meldingen over o.a. geluid.

Het contact met omwonenden is goed, persoonlijk, actief en open over wat zich boven- en ondergronds gaat afspelen. Er zijn regelmatig informatiebijeenkomsten, er worden nieuwsbrieven verstuurd, er is een groepsapp en een 24/7 bereikbaar telefoonnummer.

Trias Westland kan geen garanties geven. Bij direct omwonenden zijn voorafgaand aan de boring bouwkundige opnames gedaan aan de woningen, schuren en kassen.

Stuur een mail naar info@triaswestland.nl of bel 085 - 10 51 981.